Nederlandse Floorball en Unihockey BondLogo NeFUB
Partners:

International Floorball Federation
NOC*NSF
Nederlandse Loterij
Floorball Academie Nederland

Hoofdstuk 4: Uitrusting

Ga naar hoofdstuk:   1  |  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  

401 Spelers kleding
1) Alle veldspelers dragen een sportshirt, een korte broek, sportschoenen en kniekousen.
Dames mogen een kort rokje of jurkje (shirt en rokje uit één geheel) dragen in plaats van een korte broek. De kleding moet per team uniform zijn. Elke kleur is toegestaan behalve dat het shirt niet grijs mag zijn. Als de scheidsrechters van mening zijn dat de teams door hun kleding niet goed onderscheiden kunnen worden moet het uitspelende team van kleding wisselen. De sokken moeten opgetrokken zijn tot de knie, uniform binnen het team en –indien besloten door de wedstrijdleiding– te onderscheiden tussen de teams.

2) Alle keepers dragen een sportshirt en een lange broek.

3) Alle shirts zijn genummerd.
Alle shirts moeten voorzien zijn van een uniek geheel nummer in duidelijk zichtbare Arabische cijfers achterop het shirt. Het rugnummer is tenminste 200 mm hoog en het borstnummer 70 mm. Alle nummers van 1 tot en met 99 zijn toegestaan maar nummer 1 mag niet voor veldspelers gebruikt worden. Indien een incorrect genummerde speler deelneemt aan de wedstrijd, zal het wedstrijdformulier gecorrigeerd worden en de overtreding gerapporteerd aan de NeFUB.

4) Alle spelers dragen schoenen.
De schoenen moeten binnensportschoenen zijn. Sokken over de schoenen zijn niet toegestaan. Als een speler tijdens het spel een schoen verliest mag hij doorspelen tot de volgende onderbreking.

402 Scheidsrechters kleding
1) De scheidsrechters dragen een shirt, zwarte broek en zwarte kniekousen.
De scheidsrechters dragen een tenue in dezelfde kleurencombinatie.

403 Specifieke keepersuitrusting
1) De keeper mag geen stick gebruiken.

2) De keeper draagt een gezichtsmasker welke in overeenstemming is met de IFF Material Regulations en als dusdanig gemarkeerd is.
Dit geldt alleen in het speelveld gedurende het spel. Elke wijziging aan het masker, behalve verven, is verboden.

3) De keeper mag alle soorten beschermende uitrusting gebruiken voor zover deze niet bedoeld zijn om het doel te bedekken.
Helm en dunne handschoenen zijn toegestaan. Alle vormen van stoffen die kleven of de weerstand verlagen zijn niet toegestaan. Er mogen geen voorwerpen op of in het doel staan. De keeper mag geen vormen van beschermende uitrusting gebruiken welke meer dan het lichaam van de keeper bedekken, zoals shoulder pads.

404 Specifieke aanvoerders uitrusting
1) De aanvoerder zal een aanvoerdersband dragen.
Deze aanvoerdersband wordt aan de arm gedragen en moet duidelijk zichtbaar zijn. Tape is niet toegestaan als aanvoerdersband.

405 Persoonlijke uitrusting
1) Een speler mag geen uitrusting dragen die verwondingen kan veroorzaken.
Onder persoonlijke uitrusting vallen beschermende en medische spullen, veiligheidsbrillen, horloges, oorbellen en dergelijke. De scheidsrechters bepalen wat gevaarlijk is. Alle beschermende uitrusting zal voor zover mogelijk onder de kleding gedragen worden. Met uitzondering van elastische hoofdbanden zonder knopen mag niets op het hoofd gedragen worden. Geen enkele vorm van lange tricot is toegestaan voor veldspelers. Uitzonderingen hierop zijn alleen toegestaan na goedkeuring door de NeFUB na een schriftelijk verzoek hiervoor.

406 De bal
1) De bal moet goedgekeurd zijn door de IFF en als dusdanig gemarkeerd zijn.
Het baloppervlak zal in een enkele en niet-fluorescerende kleur zijn. Ook de binnenkant mag niet fluorescerend zijn.

407 De stick
1) De stick moet goedgekeurd zijn door de IFF en als dusdanig gemarkeerd zijn.
Veranderingen aan de schacht, behalve inkorten, zijn verboden. De schacht mag alleen boven het aangrijpingspunt worden voorzien van bekleding, maar officiële markeringen mogen niet bedekt worden.

2) Het blad mag geen scherpe randen hebben en de kromming mag niet meer dan 30 mm bedragen.
Alle wijzigingen aan het blad, behalve kromming aanbrengen, zijn verboden. De kromming wordt gemeten als de afstand tussen het hoogste punt aan de binnenkant van het blad en een recht oppervlakte waarop de stick ligt. Wisselen van het blad is toegestaan indien het blad en de schacht samen zijn goedgekeurd en van hetzelfde merk zijn, maar het nieuwe blad mag niet verzwakt worden. Beplakken van de verbinding tussen het blad en de schacht is toegestaan maar niet meer dan 10 mm van het zichtbare deel van het blad mag bedekt zijn.

408 Scheidsrechters uitrusting
1) De scheidsrechters hebben middelgrote plastic fluitjes, een meetlint en rode kaarten. De wedstrijdleiding kan vrijstelling geven voor andere soorten fluitjes.

409 Wedstrijdsecretariaat uitrusting
1) Het wedstrijdsecretariaat zal beschikken over alle uitrusting nodig voor het uitvoeren van haar taken.

410 Controle van de uitrusting
1) De scheidsrechters beslissen over alle controle en meting van uitrusting.
Controle zal plaatsvinden voor en tijdens de wedstrijd. Incorrecte uitrusting waaronder kapotte sticks, uitgezonderd het meten van de kromming van het blad, ontdekt voor of tijdens de wedstrijd wordt hersteld door de betreffende speler die daarna de wedstrijd mag beginnen/continueren. Overtredingen met betrekking tot spelerskleding zullen hoogstens één maal per wedstrijd bestraft worden. Alle overtredingen worden wel gerapporteerd. Alleen de aanvoerders en de speler wiens uitrusting gecontroleerd wordt, mogen aanwezig zijn bij de controle van de uitrusting. Na de controle van de uitrusting wordt het spel hervat zoals zou moeten voor datgene wat de onderbreking veroorzaakte.

2) Het meten van de kromming en de controle van de stick-blad-combinatie mogen aangevraagd worden door de aanvoerder.
De aanvoerder mag de scheidsrechters ook wijzen op andere afwijkingen in de uitrusting van de tegenstander, maar in dit geval beslissen de scheidsrechters of er actie ondernomen wordt. Het meten van de kromming of de controle van de stick-blad-combinatie mag altijd aangevraagd worden, maar wordt pas uitgevoerd als het spel onderbroken is. Als een controle wordt aangevraagd tijdens een onderbreking wordt deze direct uitgevoerd, ook in relatie met doelpunten en strafballen, tenzij ter beoordeling van de scheidsrechters het andere team hier nadeel bij heeft. In dat geval wordt de controle uitgevoerd bij de eerstvolgende onderbreking. De scheidsrechters zijn op verzoek van de aanvoerder verplicht een controle uit te voeren, maar maximaal één controle per team per onderbreking zal worden toegestaan. Alleen de aanvoerders en de speler wiens uitrusting gecontroleerd wordt, mogen aanwezig zijn bij de controle van de uitrusting. Na de controle van de uitrusting wordt het spel hervat zoals zou moeten voor datgene wat de onderbreking veroorzaakte.

Ga naar hoofdstuk:   1  |  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  



 
WKdames2010warmlopen
U19 team in Weissenfels1
Nationaal damesteam 2011 Benidorm

 


© Nederlandse Floorball Bond - Sportcentrum Papendal - Papendallaan 60 - 6816 VD Arnhem    meer... tel: +31 (0)26 48 34 440    meer... e-mail: info@nefub.nl